Termen ‘componenten’ en ‘onderdelen’ in nieuwe NEN 2767-2

De bouwwereld kent veel normen en termen. Als ingenieursbureau werken wij hier ook mee. Voor sommige opdrachtgevers zijn deze volkomen helder. Voor andere wellicht minder. Daarom posten wij hier blogs over.

Dit blog gaat over de termen ‘componenten’ en ‘onderdelen van componenten’ binnen de nieuwe NEN 2767-2.

In een eerder blog zijn we nader ingegaan op de onlangs gepubliceerde conceptversie van de nieuwe NEN 2767-2. Daarin zagen we dat in deze nieuwe versie het onderscheid tussen gebreken aan ‘bouwdelen’ ten opzichte van gebreken aan ‘componenten’ danwel ‘onderdelen van componenten’ meer de aandacht krijgt. Hoe zit dit precies? 

Decompositie in de NEN 2767-1

Om te beginnen eerst wat achtergrondinformatie: De NEN 2767-1 maakt gebruikt van het begrip ‘decompositie’. Feitelijk wordt daarmee bedoeld dat je een gebouw (of vastgoed in meer brede zin) op verschillende ‘abstractieniveaus’ kunt benaderen. Van heel grof naar heel fijn; van het niveau van een hele vastgoedportefeuille tot en met het niveau van één enkel component binnen één van de gebouwen. De volgende figuur geeft dit aan (figuur 1 NEN 2767-1). 

Abstractieniveau van NEN 2767-1 en NEN 2767-2

De NEN 2767-1 geeft aan dat deze zich beperkt tot de drie abstractieniveaus ‘beheerobject-element-bouwdeel’ in bovenstaande figuur.

Een ‘beheerobject’ is bijvoorbeeld een gebouw. De term ‘element’ is vervolgens verwarrender. Je zou kunnen denken dat daarmee een NL/SfB-element bedoeld wordt, maar dat is niet zo. Met een ‘element’ wordt hier bedoeld een samenstel van ‘bouwdelen’. Bijvoorbeeld constructies of installaties. En een ‘bouwdeel’ is dan vervolgens eigenlijk wat vaak met een NL/SfB element bedoeld wordt. Bijvoorbeeld een wandafwerking, buitenwandopening, etc. Bouwdelen zijn ook gekoppeld aan den NL/SfB-elementencode. Je zou je dus af kunnen vragen waarom voor een ‘bouwdeel’ niet gewoon de term ‘element’ wordt aangehouden, maar dat terzijde. 

Als we vervolgens kijken naar de (huidige) NEN 2767-2, dan geldt voor de hierin opgenomen gebrekenlijsten dat deze in de basis gebreken benoemen die aan bouwdelen te koppelen zijn.

Hoe zit het dan met componenten en onderdelen van componenten? 

Bijlage A van de NEN 2767-1 bevat een methode om de ‘Ernst’ van een gebrek te bepalen indien dit gebrek niet standaard in één van de gebrekenlijsten van de NEN 2767-2 voorkomt. Die bijlage A verwijst ook naar gebreken aan componenten en onderdelen van componenten. Echter, eerder zagen we dat dat eigenlijk buiten de reikwijdte van de NEN 2767-1 én NEN 2767-2 valt. Hoe kan dat dan? De term ‘onderdeel van een component’ komt zelfs niet voor in bovengenoemde figuur 1? Hier komt bij dat in de praktijk inspectiebureaus wél gebreken willen kunnen koppelen aan componenten danwel onderdelen hiervan. 

Componenten en onderdelen van componenten in de NEN 2767-2

Binnen de nieuwe NEN 2767-2 is dit opgelost door aan de gebrekenlijsten de keuzemogelijkheden ‘gebreken aan component’ (serieus gebrek) en ‘gebreken aan onderdelen van component’ (gering gebrek) toe te voegen. Het gaat hierbij om álle soorten van gebreken die aan deze componenten of onderdelen zijn toe te wijzen. Ook als het gaat om een gebrek vanuit de gebrekenlijst zoals houtrot of corrosie. Kort en goed worden de gebreken aan componenten of onderdelen binnen de gebrekenlijst níet nader gespecificeerd. De gebrekenlijsten specificeren de gebreken op bouwdeelniveau. 

Hierbij is binnen de gebrekenlijsten voor diverse gevallen aangegeven wát onder een component danwel onderdeel hiervan gezien moet worden. Zo zien we bijvoorbeeld dat binnen de gebrekenlijst voor ‘Buitenwandopeningen’ (lijst B11) zaken als beglazing, deuren, ramen en waterslagen als component gezien moeten worden, en zaken als bevestigingsmiddelen, kitwerken en hang- en sluitwerken als onderdelen van componenten. 

Vreemd? 

Dit levert wel een enigszins vreemde situatie op. Stel we hebben een houten kozijn (ca. 1*1 m2) dat over het volle oppervlak een draaiend houten deel met glas (raam) bevat. Indien nu de onderdorpel van het houten kozijnen houtrot bevat, moet het gebrek ‘B11EM03 Houtrot: intensiteit eindstadium’ gekozen worden, wat een ernstig gebrek is. Als dezelfde houtrot zich in de onderdorpel van het draaiende deel (het raam) bevindt, moet het gebrek ‘B11SB02 Gebreken aan componenten’ gekozen worden, wat een serieus gebrek is. Dat is toch opmerkelijk. De functionaliteit is bij het raam niet in mindere mate aangetast, misschien wel meer. En dan laat ik nog terzijde dat ik in het kader van herstel vaak liever houtrot in de onderdorpel van het kozijn dan in de onderdorpel van een raam wil hebben. 

Conclusie

Kort en goed blijven de gebreken zoals in de NEN 2767-2 genoemd zich in essentie richten op het totale bouwdeel, en zijn deze dus niet nader gespecificeerd tot het niveau van component of onderdeel hiervan. Echter, het is met de nieuwe NEN 2767-2 wél mogelijk om gebreken aan componenten of onderdelen binnen de gebrekenlijsten op genormeerde wijze in de conditiescore bepaling te betrekken. 

Heb je vragen met betrekking tot bovenstaand onderwerp? Of wil je nader geïnformeerd worden over NEN 2767 conditiemeting en het opstellen van MJOP’s? Neem dan contact op met de heer M. (Michael) Dirks.

To search, begin typing