“Heb jij een vriend op het werk?”

De afgelopen tijd is veel geschreven over kantoortuinen als werkplek. En dan vooral over de nadelen ervan. Gebruikers van kantoortuinen zouden regelmatig klagen over vermoeidheid en concentratieverlies. Maar ook zou het ontstaan van stress, of erger nog, burn-out, in veel gevallen kunnen worden toegeschreven aan het werken in een kantoortuin. Waarom maken wij dan nog kantoortuinen, mag je je afvragen? Moet van het ‘nieuwe werken’ als concept, waarbij niemand nog over een ‘eigen’ werkplek beschikt en dat doorgaans in kantoortuinen is ‘uitgerold’, nú al afscheid genomen worden?

Ik ben nog niet zover. Het concept van de kantoortuin werd ruim 100 jaar geleden voor het eerst toegepast in New York en in Nederland is het, in het inmiddels tot wooncomplex getransformeerde kantoor van Centraal Beheer in Apeldoorn (1972, architect Herman Hertzberger), een bij velen bekende uiting daarvan. Het lijkt mij goed om de voordelen, die men destijds aan de kantoortuin toedichtte, nog eens onder de aandacht te brengen. Zeker, wanneer wij daar het ‘anderhalvemeter-criterium’ van het ‘nieuwe normaal’ bij betrekken. 

Meer bewegen in een kantoortuin

Ik noem het gemakkelijk(er) te maken contact tussen de medewerkers (denk daarbij niet alleen aan het – al dan niet bewust – delen van kennis, maar ook aan het onderhouden van een goede mondelinge communicatie), de grotere flexibiliteit voor wat betreft de kantoorinrichting en het (bewezen) feit dat medewerkers in een kantoortuin meer bewegen. En zijn de huidige toetsenborden niet veel minder storend dan de tot in de jaren 80 van de vorige eeuw gebruikte typemachines?  

Mede vanwege het feit dat de medewerkers van Ingenieursbureau Multical al sinds de oprichting in 1988, niet anders gewend zijn, dan te werken vanuit een kantoortuin en ik daar bovendien nóg een positief aspect aan kan toevoegen, wil ik een pleidooi houden voor het handhaven van de kantoortuin.

De kantoortuin als kans voor vriendschappen

Ik zie de kantoortuin, de niet door scheidingswanden afgeschotte werkvloer, óók als een ruimte die alle kansen biedt voor het onstaan en vervolgens onderhouden van vriendschappen. Ja, je leest het goed, vriendschap op kantoor … Vrienden zijn met je collega’s mag, wat mij betreft, worden gezien als iets positiefs. Het wordt echter vaak als ‘ongemakkelijk’ of misschien zelfs ‘lastig’ beschouwd. ‘Niet aan beginnen’, zou dan ook een welgemeend en goedbedoeld advies kunnen zijn.  

Voor wie nog niet is afgehaakt, wil ik graag uiteenzetten, waarom ik dat goedbedoelde advies naast mij neer wil leggen. 

  1. Duurzame relaties zijn gebaseerd op een onvoorwaardelijk vertrouwen. Ik denk dat wij het daarover wel eens kunnen zijn. ‘Vrienden zijn de familie, die je zelf hebt uitgezocht’, hoorde ik ooit iemand zeggen. Je kiest met wie je een band wilt krijgen. Kiest ervoor om iemand góed te willen kennen. Dat kan een zodanig sterke band scheppen, dat de ander alles van je mag weten en je tóch onvoorwaardelijk steunt. Denk je eens in dat je, samen met een vriend, aan een project mag werken. Dat plaatst ‘werken’ toch opeens in een heel andere dimensie?      
  2. Het kan niet anders, of het werkplezier zal toenemen. Fluitend naar je werk gaan, levert een win-win situatie op. Dat is in het belang van zowel werknemer als werkgever. Het besef dat een grijze, saaie werkdag, zal worden opgefleurd door een vriendschappelijk contact, maakt dat de sfeer op de werkvloer in positieve zin verandert. En daar hebben veel méér mensen baat bij.
  3. Niet jezelf over de rug van de ander omhoog werken, maar elkaar een steuntje in de rug geven, zal tot een fundamenteel andere vorm van samenwerking leiden. Denken in termen van (interne) concurrentie zal plaatsmaken voor gunnen op basis van vertrouwen. Niet ten koste van alles zelf willen promoveren omdat je de juiste mensen kent, maar een ander de voorkeur geven, omdat je hem of haar, als vriend, écht goed kent. Niet degene met de grootste mond, het slimste plan of de sterkste ellebogen, maar hij of zij, die beschikt over het juiste profiel moet de voorkeur krijgen. Dan zal blijken dat vertrouwen leidt tot gunnen. Niet eenmalig, maar verankerd in het beleid van een op cohesie gerichte organisatie.   
  4. In zo’n werkomgeving functioneren medewerkers beter. Feedback is dan altijd opbouwend bedoeld. Een compliment geven wordt gebruikelijk, tips met betrekking tot een gewenste verbetering, worden niet langer opgevat als een aantijging. Praatjes bij de koffie-automaat óver die niet goed functionerende collega zijn niet langer nodig, omdat eerder al gekozen werd voor een gesprek mét die collega. Met het bereiken van synergie als doel: het functioneren van de organisatie als geheel heeft een onderscheidende meerwaarde ten opzichte van hetgeen door de meest ervaren medewerkers afzonderlijk kan worden bereikt. 

Van interne concurrentie naar een op cohesie gericht beleid

Kortom, ik geloof in organisaties die opereren vanuit een sterk collectief, waarin (onderlinge) concurrentie plaats heeft gemaakt voor een op cohesie gericht beleid. Dat vriendschap op de werkvloer daarbij een geweldige stimulans kan zijn, heb ik zelf mogen ervaren. En dat een kantoortuin daarbij eveneens behulpzaam kan zijn, lijkt mij evident. De transparante omgeving zal immers vooral het goede van zo’n vriendschap aanmoedigen? Juist in deze periode, nu we na een verplichte ‘intelligente lockdown’, weer stapsgewijs terugkeren naar meer nabijheid …

Waarom hoor ik niemand over de openheid van de kantoortuin als ‘aanjager’ voor meer openheid in de onderlinge relaties op de werkvloer? Zijn wij daarvoor (nog) teveel op interne concurrentie gericht of heb ik gewoon niet goed opgelet?          

Machiel Kuijt

To search, begin typing